Zondag 16 juni 2019, ‘Oudshoornse kerk’ Alphen aan den Rijn, zaterdag 22 juni 2019, ‘Molentocht’ Purmerend, zondag 23 juni 2019 ‘Oude kerk’ Naaldwijk, zondag 30 juni 2019 ‘Dorpskerk’ Castricum & zondag 7 juli 2019 ‘Houtrustkerk’ Den Haag

Preek naar aanleiding van Genesis 19:1-7 en Lucas 10:25-37 uit de Naardense Bijbel voor de viering op zondag 16 juni 2019 om 10.00 uur in de Oudshoornse kerk van de Protestantse Gemeente Alphen aan den Rijn, voor de gebedsviering op zaterdag 22 juni 2019 om 10.15 uur in Molentocht te Purmerend, voor de viering op zondag 23 juni 2019 om 10.00 uur in de Oude kerk van de Hervormde Gemeente Naaldwijk, voor de viering op zondag 30 juni 2019 om 10.00 uur in de Dorpskerk van de Protestantse Gemeente Castricum en voor de viering op zondag 7 juli 2019 om 10.30 uur in de Houtrustkerk van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten in Den Haag

Zeer gewaardeerde gemeente,

Over het algemeen wordt over liefde gedacht als een zaak van gevoelens die zich niet laten ‘commanderen’, een natuurlijke genegenheid die vanuit de mens zelf opkomt. Wanneer je het Oude Testament gaat lezen op het punt van de liefde, dan tref je er hoofdzakelijk twee liefdesvormen in aan: de eros en de philia. Beide soorten liefde zijn preferentiële liefdes dat wil zeggen, ze zijn gebaseerd op onze eigen voorkeuren. De erotische liefde wordt gekenmerkt door lust, verlangen en lichamelijkheid. Eros begeert, raakt moeilijk verzadigd en is daardoor vaak ontevreden en rusteloos op zoek naar het volgende lustobject. In ons verhaal uit Genesis negentien vers een tot zeven beelden de mannen van Sodom de eros uit. Zij willen heersen, dringen zich aan de ander op, omsingelen desnoods en proberen iemand uit de tent te lokken. De philia kunnen we duiden als een vriendschappelijke liefde, die niet gebaseerd is op de eros, maar op de ziel. De zielsliefde is te herkennen aan wederkerigheid: ze geeft in de hoop of verwachting iets voor een liefdedaad terug te krijgen. In het tonen van gastvrijheid drukken Abraham en Lot de vriendschappelijke liefde uit.

Lot nu is de hoofdpersoon in dit oude, morele verhaal, dat vol staat met motieven die een waarschuwing willen geven aan een groep gelovigen. Gelovigen konden zich spiegelen aan het optreden van Abraham en Lot waaruit geloof of aarzeling sprak. De vraag is hoe Lot omgaat met de dwingende roep van de eros. Gaat hij het verzoek van de mannen van Sodom honoreren? Zwicht hij, maakt hij voor hen een knieval en laat hij zijn gasten aan hun lot over of stelt hij zich teweer tegen de drijvende kracht van de eros?

Wij kunnen naast de eros en de philia nog andere vormen van liefde onderscheiden. Zo is er de ouderlijke liefde, die niet een partnerschap is van zielsgelijken, maar bij voorbaat gegeven is door het kind. Er is de zelfliefde, waarbij de liefhebber zelf het voorwerp van haar of zijn liefde is. Een mens denkt in dat geval erg hoog van zichzelf. Er is niet een objectief object buiten de mens waaraan de zelfliefde zich afmeet. Vervolgens onderscheiden we twee vormen van liefde die we eveneens onder de noemer ‘voorkeursliefde’ kunnen scharen zolang we ons binnen het Oude Testament blijven bewegen: de naastenliefde en de liefde van God. De naastenliefde waarin de naaste enig iemand kan zijn die jou ‘na(bij) is’. De ander die wij liefhebben is als ons en kan veranderen. Wanneer wij de naaste liefhebben, gebeurt er iets in ons eigen zelf. Als het gaat om de liefde van God is het voorwerp van liefde niet te zien. In de liefde van God heeft een mens veel lief en is ook zelf zeer geliefd.

Aan de hand van Lucas tien vers vijfentwintig tot zevenendertig maken wij de oversteek naar het Nieuwe Testament, waar met de christelijke liefde op drie punten een nieuwe liefde wordt geïntroduceerd ten opzichte van de vormen van wederkerigheidsliefde die zojuist de revue zijn gepasseerd. Voordat we de typisch christelijke liefde uittekenen, zal ik proberen weer te geven wat er schort aan andere vormen van liefde die uitgaan van wederkerigheid. Vormen van liefde die worden geuit op basis van de verwachting er iets voor terug te krijgen, vertrekken vanuit een gebrek, een behoefte of nood waarvoor in de liefdesuiting vervulling wordt nagestreefd. Het ‘geven’ is dan, integendeel, niet belangeloos, maar vraagt om beantwoording. In geval van wederkerigheidsrelaties is er sprake van een gebrokenheid die langs de weg van de relatie geheeld wil worden. Ook liefdadigheidswerk is zo bezien geen liefdesrelatie.

Wat gebeurt er nu in de christelijke liefde? De christelijke liefde heeft drie kanten die een nieuwe weg openen. Ten eerste, de liefde wordt, christelijk gesproken of liever, gedaan, een zaak van het geweten. De christelijke liefde is een geboden liefde. De mens heeft in deze visie de plicht om lief te hebben. Een plicht om lief te hebben, bevat schijnbaar een contradictie, maar voor de christelijke liefde is de plicht het merkteken bij uitstek. Met de plicht is het hebben van een voorkeur deze of gene lief te hebben uitgesloten. Ieder mens die, zogezegd, God op mijn weg plaatst, moet ik liefhebben. In de parabel van de barmhartige Samaritaan wordt die liefde geïllustreerd aan de joodse gelovige die met een grote boog om de Samaritaan heen wenst te lopen. In het bijzonder denkt Lucas daarbij aan de godsdienstspecialist die geen vuile handen wil maken. Aan de priester die zich tijdens de tempeldienst in Jeruzalem rein wil houden, terwijl daar, wanneer hij naderhand op weg is naar Jericho, geen reden meer voor is, is de tekst gericht. De christelijke liefde is niet een ‘natuurlijke geneigdheid’, maar een passie die een fundamentele verandering heeft ondergaan teneinde een zaak van het geweten te worden. Dat betekent dat christelijke liefde bewust gebaseerd is op een relatie tot God of ‘het eeuwige’. Christelijke liefde komt nu juist níet op in het mensenhart en heeft haar oorsprong in een ‘goddelijke relatie’ die geen gebrek kent en ook geen voorkeuren heeft.

Ten tweede is karakteristiek voor de christelijke liefde, dat over de liefde niet wordt gedacht als een fenomeen, maar als een relatie. Liefde is niet iets in of op zichzelf, een gegeven zonder dat achterliggende mechanismen verklaard hoeven te worden. Liefde is relationeel, het is altijd voor een persoon en toont zichzelf. In de parabel wordt het relationele karakter van de christelijke liefde zichtbaar door de omgang van de godmens met theoretische kenvragen van de wetgeleerde over de liefde. De christelijke liefde geeft geen objectieve antwoorden op wat de liefde is, ze kan beschrijven hoe de liefde eruitziet door te wijzen op concrete handelingen van mensen ten opzichte van de ander. In het betonen en beschrijven van handelingen die getuigen van liefde is de ander geen onbekende, een vreemde meer. De ander wordt uit de anonimiteit gehaald, krijgt een gezicht en een naam. ‘De naaste’ krijgt een subjectieve betekenis. Dat is niet langer ‘iemand’, ‘een wie’, ‘een bepaald persoon’, ‘een zekere mens’, iemand op afstand die niet te identificeren is, het zijn (vul maar in) Liesbeth, Tom, Marieke en Theo.

Ten derde veronderstelt de christelijke liefde met een beroep op het wortelen in goddelijke liefde inclusiviteit. Iedere ander is in de christelijke liefde inbegrepen, niemand uitgezonderd. Dat maakt dat de liefde tot God onmogelijk een hogere vorm van liefde kan zijn dan de liefde tot de naaste.

Christelijke liefde is ten slotte ook een zelfontkennende liefde, waarmee zij het onderscheid bewaakt tussen egoïsme en zelfliefde. In christelijke zin liefhebben veronderstelt zelfliefde, dat is niet gekant tegen zelfliefde perse, maar zij wenst de zelfliefde te zuiveren van zelfzucht, met als doel ons te leren onszelf op de juiste manier lief te hebben als voorwaarde voor de verdubbeling van zichzelf in de ander. Lucas maakt die verdubbeling aanschouwelijk door de handelingen die volgen op de innerlijke bewogenheid van de Samaritaan. Het welzijn van het slachtoffer wordt zijn eerste zorg. Hij wil voor de beroofde zorgen, hem omzwachtelen, niets terughouden, iets extra’s doen, volop geven, in overvloed liefde bewijzen. Christelijke zelfontkenning kan vanuit de wereld gezien oppositie, weerstand verwachten, maar kiest die vrijwillig. Waarom? Omdat zij een ander ziet staan, begrijpt hoe die ander verwikkeld is (geraakt) in het leven zelf, ten val kan komen, in ongenade kan raken en slechts een ander nodig heeft, die dit vallen oneindig zacht in haar of zijn handen houdt.

Amen