Zondag 4 augustus 2019, ‘Vredeskerkje’ Bergen aan Zee & zondag 11 augustus 2019, ‘Het Kruispunt’ Prinsenbeek

Preek naar aanleiding van 2 Samuël 11 en Matteüs 1:1-17 uit de Naardense Bijbel voor de viering op zondag 4 augustus 2019 om 10.30 uur in het Vredeskerkje te Bergen aan Zee en voor de viering op zondag 11 augustus 2019 om 10.00 uur in Het Kruispunt te Prinsenbeek

Gemeente,

Wie zonder de achtergrond van de daden die David op zijn kerfstok had het geslachtsregister in de aanvang van het Matteüsevangelie leest, treft slechts een opsomming van opeenvolgende geboortes aan. Wie echter het patroon van het namenregister volgt, de wijze waarop generaties aan elkaar worden gekoppeld en de woordkeuzes waarmee de relaties worden benoemd, herleest, kan wellicht twee verschillen ontdekken. Tamar, Rachab, Ruth en Maria worden met naam en toenaam genoemd. Batseba echter, wordt enkel beschreven in termen van haar echtelijke en familiaire ‘functie’. En verderop vindt een omkering plaats: daar is Jozef de man van Maria uit wie Jezus is geboren.

Het geslachtsregister uit Matteüs laat zich lezen zoals je een film van Lars von Trier bekijkt. Op het eerste gezicht gaan mensen gemoedelijk, intelligent met elkaar om, familietafereeltjes spiegelen dat er binnenshuis geen vuiltje aan de lucht is. Totdat je een kijkje achter de schermen neemt, grimmige trekken idyllische plaatjes verstoren en je getuige wordt van intriges, hoogoplopende geschillen en ontzetting.

Salomo is niet geboren uit een ‘onbevlekte ontvangenis’. De kribbe waarin Salomo het levenslicht ziet, staat in het huis waarin zijn vader David zijn moeder Batseba heeft verkracht, Batseba’s eerste liefde omkocht en met voorbedachte rade om zeep heeft gebracht. En wellicht is dat de reden dat de apostel Matteüs zo uitzag naar de komst van een figuur die niet de zoveelste verwekking uit een bezoedelde familiegeschiedenis was, maar die met een schone lei begint en de voorgaande trend van ‘kamertjeszonde’ en fysiek geweld zou afsluiten.

Een strafrechtadvocaat zou wellicht zoeken naar motieven en verzachtende omstandigheden om Davids zaak te bepleiten. De auteur van het boek Samuël echter is een religieus leider, een pastor die de zaak vanuit vrouwelijk perspectief benadert en instaat voor Batseba. In die positie is hij van mening dat Davids handelingen noch onder de mantel van juridische wetgeving, noch onder het fenomeen religie goed te praten vallen. De auteur gaat het principieel niet opnemen voor het recht van de sterkste, maar voor de zwakste, die geruisloos in Matteüs’ stamboek dreigt te verdwijnen.

Hoe kwam David tot zijn crime passionel? Door de verdingelijking van een mens. Terwijl de oorlog woedt en andere mannen vooraan in een strijd hun leven op het spel zetten en hij dit bloedvergieten van een afstand bestuurt als waren deze mannen pionnen op een bordspel, ijsbeert David op zijn dakterras. David geeuwt, rekt zich uit, verveelt zich te pletter. De atmosfeer is broeierig, zwoel, de wind van de Middellandse Zee voert hete lucht aan. Batseba is ongesteld en op de laatste dag van haar menstruatie baadt ze zich om zich te ontdoen van de laatste resten van haar maandstonde. Wat voor Batseba een noodzakelijk, hygiënisch en verkwikkend bad is, vormt voor David aanleiding dit schouwspel erotisch te bekijken.

Hij had zich niet beschaamd gevoeld, zijn gezicht afgewend en zich gerealiseerd in wat voor oncomfortabele positie Batseba, behept met de ongemakken van de menstruatie, zich bevond. Hij had haar niet gezien als mens in een voor haar wezenlijke, concrete situatie, hij had haar bekeken als een begerenswaardig ding, het object van zijn lust, waarin zij van al haar menselijke eigenschappen was onttroond. Hij had zijn blik zo op Batseba afgesteld, dat hij zich erdoor had laten bekoren. Hij had zijn oog te lang op Batseba laten rusten, was naar haar gaan staren en voelde een drang, letterlijk, in haar schoonheid iets te verwekken.

Zou Batseba zich bespied hebben gevoeld, Davids ogen in haar rug voelen prikken? David heeft zichzelf als koning rust gegund. En met het ontbreken van een persoonlijke actieve betrokkenheid bij wat er met zijn bodyguards in de vuurlinie en manschappen in de loopgraven gebeurt, is het juist deze ledigheid aan dynamiek waardoor hij alle tijd heeft voor een escapade buiten werktijd.

De hormonen hadden door Davids lijf gegierd en hij had niet de bravoure zich te vermannen. Het was het moment geweest waarop hij zich, gealarmeerd door zijn geweten, zijn God in herinnering had moeten brengen. David echter was gepromoveerd van eenvoudige schaapherdersjongen tot koning over een land. Hij was de vedette, de primadonna van Israël en hooggeplaatst en zadelvast had hij de teugels van zijn ethisch en religieus besef laten vieren. En dan volgen de gebeurtenissen zich in rap tempo op: David doet navraag naar de onbekende vrouw naar wie hij verlekkerd heeft staan kijken, laat haar op commando ophalen en heeft een onenightstand met Batseba.

Had Batseba zich kunnen verweren, nee kunnen zeggen? Had ze rechten in haar omgeving, in de eerste plaats het recht op haar eigen lichaam en de veiligheid onbekommerd een bad te nemen? Was ze Davids trawanten zwijgzaam gevolgd, had ze het uitgegild onder zoveel machtsvertoon en dwang? Waren er getuigen die hadden begrepen in wat voor parket zij zich bevond?

David had geen versiertrucs aangewend, er geen werk van gemaakt Batseba te verleiden. Het seksueel contact tussen David en Batseba was snel en oppervlakkig geweest. Onder deze omstandigheden was er geen sprake van een uitgebreid, liefkozend voorspel en een naspel had David achterwege gelaten. David had Batseba in zijn scharrelpartijtje niet ontmoet. Batseba was niet geïnteresseerd in vluggertjes en had zich afgesloten, onttrokken aan de man die zich van haar meester maakte.

In de joodse traditie worden vrouwen die de stilte omtrent ‘het plegen van een strafbaar feit’ doorbreken vaak als heldin geportretteerd. Zo ook Batseba als zij assertief bij David op de stoep staat om melding te maken van haar zwangerschap. Koning David staat schaak, want met de geboorte van een voor Batseba buitenechtelijk kind, waarvan David de biologische vader is, staat zijn regering op het spel. En het typeert David dat op het moment dat hij zichzelf in de nesten heeft gewerkt, hij slagvaardig, geslepen een ander de kastanjes voor hem uit het vuur laat halen. Die ander is Joab.

In de tweede helft van de twintigste eeuw schreef Hannah Arendt haar rapport over het proces van de Duitse nazileider Adolf Eichmann en gaf het de titel Eichmann in Jeruzalem mee, met als ondertitel Een rapport over de banaliteit van het kwaad. Dat kwaad zat hem vooral in de alledaagsheid, in gestandaardiseerde taal, zoals in clichés tot uitdrukking komt en in het blindelings gehoorzamen van ‘bevelen van hogerhand’. In het boek wordt Eichmann geschetst als een figuur die de categorische imperatief uit de filosofie van Kant verkeerd heeft begrepen. Eichmann lijkt zonder oog voor context en de actualiteit van gebeurtenissen algemene regels en uitgangspunten toe te passen. Zelfstandig nadenken over de implicaties van zijn beslissingen en over het vermogen af te wijken van ‘universele wetten’ lijkt hij, afgaande op Arendts journalistieke verslaggeving, niet te beschikken. Hetzelfde boek had eeuwen eerder geschreven kunnen zijn. Joab in Jeruzalem. Een rapport over de banaliteit van het kwaad. In Batseba’s geval zou je wensen dat een ‘beveiligingsambtenaar’ wat minder gehoorzaam was aan de orders die een ‘bovenbaas’ hem opdraagt.

Hoezeer zijn de rollen omgedraaid bij Matteüs. Schoorvoetend en met pijn in het hart besluit Jozef de verloving met Maria te verbreken als hij te horen krijgt dat zij zwanger is. Hij hoeft geen moord te plegen, een eventuele rivaal uit de weg te ruimen. Uit consideratie met Maria’s bestaanspositie is hij van plan Maria in stilte te verlaten. Maria, die geen baas in eigen buik was, is zwanger van inzicht. Ze gaat een geesteskind baren, dat in zijn doen en laten laat zien wanneer en in welke mate hij aan wie ‘horig’ is. Het is de vervulling van een aloude droom, antwoord op een hedendaagse vraag, verschijning en stemgeluid van zij die roepen in de nacht. Het is de klokkenluider in Davids organisatie die David een groot gevoel van onrust zou hebben bezorgd. Het is degene die Batseba een eerlijk proces zou hebben gegeven, haar voeten met zijn tranen zou hebben gewassen en ze hebben afgedroogd met zijn engelachtige lokken.

Amen