Zondag 26 december 2021, Vredekerk Soesterberg & zondag 2 januari 2022, Pauluskerk Breukelen

Preek naar aanleiding van Lucas 2:1-20 en Johannes 1:1-18 uit de Naardense Bijbel voor de viering van kerst op zondag 26 december 2021 om 10.00 uur in de Vredekerk te Soesterberg en voor de viering van Nieuwjaar op zondag 2 januari 2022 om 10.00 uur in de Pauluskerk te Breukelen

Gemeente,

Het Romeinse Rijk kende jaren van vrede, waardoor keizer Augustus door tijdgenoten wel als bovenmatig ontzagwekkend werd gezien. We kunnen ons afvragen hoe politici, waaronder keizers en presidenten, aan de macht komen en vooral wat onze inschatting is van de gevolgen die hun machtsuitoefening zal hebben. Als we van tevoren de gevolgen van de heerschappij van Caesar, Hitler of Trump hadden ingeschat, hadden we dan voorkomen dat ze aan de macht zouden komen? Hebben we kennis van geschiedenissen niet nodig om patronen te herkennen en in het heden, met het oog op de toekomst, in te grijpen, als we kunnen voorspellen dat een herhaling van bijvoorbeeld een bepaald soort macht negatieve gevolgen heeft? De auteur van het Lucasevangelie, een evangelist, vindt van wel. Hij heeft weinig op met de verering van keizer Augustus, verafgoding haast, acht hem wreed in zijn optreden, hekelt de manier waarop hij met de wet omgaat, en er was dan wel vrede in het Romeinse Rijk, maar de zorg van deze auteur was een ander soort vrede in het Romeinse Rijk en mogelijk elders.

Als correctie op keizer Augustus laat de evangelist een mens geboren worden die staat voor zijn ideaaltype van een ander soort vrede. Jezus van Nazareth wordt niet in een Romeinse context geboren, maar in een joodse context, met zorgen werd hij omringd. Geen enkele vredestichter of vrijheidsdenker is op een andere manier begonnen. De onrust en de uiteindelijke vrede die Jezus als voorbeeld van de messiaanse mens, die u en ik ook kunnen zijn, zal stichten, geschiedt niet langs politieke, laat staan militaire weg, maar via bevraging, problematisering en afzwakking van harde structuren en overtuigingen.

Lucas houdt van het kleine, van spontaniteit, ongekunsteldheid, ongedwongen gevoelsuitingen, gebeurtenissen die onvoorbedacht geschieden, van op basis van eigen intuïtie handelen, dat zonder nadere overweging tot uiting komt. U ziet dat bijvoorbeeld aan het verschil tussen het edict van keizer Augustus in Lucas 2 vers 1 en de aankondiging aan de herders, die vanuit een andere grondhouding wordt gedaan en daarmee verschillende sferen en effecten creëert. Het verschil tussen het afkondigen van een edict, het voorschrijven van rechtsregels in de vorm van een wet als onderdeel van het recht door een hoogwaardigheidsbekleder die vrees inboezemt enerzijds, en het brengen van goed nieuws dat een individu verlicht en vreugde schept aan een gemeenschap anderzijds, past in de lijn van het Nieuwe Testament om harde structuren af te zwakken.

In de context van Rome waarin keizer Augustus als een alleenheerser aan de macht was gekomen door geleidelijk diverse republikeinse magistraten te overrulen, waardoor hij macht over het Romeinse Rijk kreeg, projecteert Lucas zijn verrijzenisgeloof op het leven van Jezus door de geboorte van Jezus te zien als de manifestatie van een rijk van vrede en vrijheid op aarde. Als je jouw interpretatie van iemands leven wilt geven, waar kun je dan beter beginnen dan bij de aanvang ervan? Ook Lucas begint zijn biografie van Jezus in zijn evangelie bij de geboorte om uiteindelijk zijn interpretatie van Jezus’ leven te vertolken dat er een kind werd geboren die destijds voor mens en wereld een nieuwe tijd met andere denkbeelden, uitgangspunten en omgangsvormen voorstond dan de hiërarchisch geordende, wettische en wrede wereld van keizer Augustus. Wij lezen dus een bewust kinderachtig verhaal, een kindertijdverhaal, omdat Lucas zijn interpretatie van de identiteit van een persoon wil laten zien. Die interpretatie, waarin hij getuigt van iemands oorsprong en aard, is zijn subjectieve waarheid over Jezus.

Niet zonder reden laat Lucas Jezus in de nacht geboren worden. Hij ontleent het beeld van de nacht aan de Oudheid, waarin men dacht dat duisternis en niet-bestaan door het licht als levensprincipe werd verjaagd. Echter, terwijl deze strijd tussen licht en duisternis in de Oudheid vooral als een kosmisch treffen werd gezien, heeft deze strijd bij Lucas vooral een ethische betekenis. In dit kindheidsverhaal speelt Jezus de rol van degene die vormen van onderdrukking, vrees en knellende banden van de lokale bevolking binnen het imperium van keizer Augustus verbreekt. Stelt u zich voor, dat u lijdt onder een bepaalde regering en er zou een jongmens in de politieke arena verschijnen die deze regering ten val zou brengen en daarmee een einde zou maken aan uw lijden. O nacht dat deze mens komt! Terwijl de institutionele religie van die tijd haar vraagtekens plaatste bij de identiteit van Jezus van Nazareth, aangezien hij een vluchteling was die uitweek naar een herberg in een voor zijn ouders vreemd land, projecteerden velen hun wensgedachten op dit kind en herkenden in hem een messiaanse figuur. Bevrijder zou hij zijn van hun benauwdheid, helper van wie het niet langer op eigen kracht kon redden. In tijden van politiek kwaad was hun hoop op hem gevestigd.

Wanneer we vervolgens kijken naar de reacties van mensen op de geboorte van Jezus van Nazareth, dan valt op dat Lucas als didacticus en pedagoog drie typen beschrijft waartoe toehoorders en lezers zich konden verhouden, bijvoorbeeld door zich er al dan niet mee te identificeren. Het optreden van de herders illustreert het onmiddellijke, niet bereflecteerde geloof, waar Lucas een voorkeur voor heeft. Spontaniteit, niet lang nadenken bij hoe je reageert en wat je doet, laat staan te lang, ad rem antwoorden, daar is Lucas als pragmatisch arts van gecharmeerd. Maria delibereert over hetgeen zij ervaren en gehoord heeft, waarmee zij de reflexieve, gelovige mens uitbeeldt die vragen stelt, afwegingen maakt, analyseert, een situatie vanuit verschillende perspectieven bekijkt en evalueert. De meditatieve wijze waarop Maria met het nieuws van Jezus’ geboorte omgaat, is anders dan de wijze waarop de herders met dit nieuws omgaan. Zij aarzelen geen moment om het nieuws direct te gaan verspreiden. “Hej ’t al heurd?” De omstanders horen het geboortenieuws en reageren verrast, omdat voor hen deze gebeurtenis heel onverwachts komt. Zij spelen de rol van mensen die niet met of vanuit een specifieke verwachting leven, dat een tijd die door velen wordt ervaren als een van onheil op een dag wordt doorbroken door een persoon die een andere samenleving, een ander beleid, andere denkbeelden voorstaat. Oh, epifanie!

Kerst staat traditioneel voor de viering van de geboorte van Jezus van Nazareth. In plaats van deze geboorte te zien als een historische gebeurtenis die een enkeling betreft, zou je kerst ook kunnen zien als de viering van de nacht waarop jouw leven begint. In Johannes 1 vers 1 tot 18 vind je aanzetten voor momenten waarop dat eigen, echte leven aanvangt, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen leven en dood. In het Johannesevangelie betekent leven een motiverende, transformerende kracht die je in staat stelt te doen wat je wilt doen. Dood heeft vooral de betekenis van verwijzen naar wetgeving, verboden instellen en voorschriften bedenken om te bepalen wat mensen moeten doen. Voor Johannes begint je leven pas wanneer je buiten de chronologische tijd geraakt door creatief op te treden binnen de chronologische tijd, op momenten waarop je je bronnen van leven aanspreekt, een voortdurende bereidheid cultiveert die aarzelingen, onzekerheden, twijfels, bezwaren en tegenargumenten ondervangt, waardoor je identiteit vorm krijgt. Leven vanuit wensen en niet vanuit plichten kunnen een levendigheid in een mensenleven brengen die zij die haar ervaren de irrelevantie van de dood doen inzien. In het Johannesevangelie spreekt de evangelist van een nieuwe geboorte van hen die dit perspectief aanvaarden. Kerst kan dus ook gaan over ieders vermogen weer een beetje als een kind te worden door vanuit geest als vertrekpunt te leven. Dan is er volheid van zijn. Alsof je zelf in een kribbe, wiegje ligt en opnieuw ter wereld komt. Oh dag, waarop jijzelf geboren wordt!

Volgens Johannes kunnen de effecten van de eigen transformatie niet uitblijven. Zelftransformatie, verandering heeft invloed op de taal die iemand spreekt en de handelingen die iemand verricht en nalaat. Een persoon die zich tot een andere, nieuwe, levenwekkende, persoonlijke levensoriëntatie richt, zal woorden spreken die getuigen van welwillendheid, compassie, mildheid, ongeveinsdheid en vrijgevigheid. De stem van Jezus van Nazareth die leven vanuit de eigen wensen verkoos boven leven door van buitenaf opgelegde voorschriften die zelfbevreemdend werken, is van een andere orde dan de dicterende, bevelende stem van keizer Augustus. Moge uw denken, wijsheid, geweten, geloof en geest leidend zijn voor uw leven, zoals dat tot uiting kan komen in de ideeën waar uw uitspraken van getuigen, de inzichten die u heeft opgedaan en ontwikkeld, opdat u zich niet laat beïnvloeden door de keizer Augustussen van onze tijd. Dan komen uw hemel en hymne bij elkaar. Oh nacht, dat uzelf geboren wordt!          

Amen    

Alrijne ziekenhuis Leiderdorp, 31 december 2017

Preek naar aanleiding van Jesaja 11:1-9 en Matteüs 3:13-17 uit de Naardense Bijbel voor de viering van Oudjaar op zondag 31 december 2017 om 10.00 uur in het Alrijne ziekenhuis te Leiderdorp

Gemeente,

Jesaja is een man op leeftijd en bevindt zich op het moment van schrijven in een oorlog. Hij heeft de afgelopen jaren veel dreiging, verharding, politiek gesteggel en angst onder de lokale bevolking meegemaakt. Er klonken geen kinderstemmen meer in de straat. Ze klauterden niet langer over de rekken op de pleinen. Jesaja zag geen ballen over hobbelige wegen rollen. Ze kwamen niet meer bij hem met hun snottebellen, een gescheurde broek of lege maag. Wat wel veel stof deed opwaaien, was het militante vertoon van buitenlandse krijgslieden. De Syro-Efraïmitische soldaat schreeuwde naar zijn joodse gelovige leeftijdgenoot in burger en rukte zozeer op, dat de jood zich afvroeg hoe lang de huidige, godvrezende vorst nog op zijn troon zou zitten.

Jesaja schroomde partij te kiezen, geloofde dat geweld kon afnemen, uitwoeden als je niet ingreep, maar voelde zich toch ook ongemakkelijk bij ‘nalatigheid’. In de actuele situatie, die van een wereld die in de fik stond, kon hij niet neutraal blijven. Wat hij vanuit zijn positie in hoofdstuk elf vers een tot negen doet, is een profetie schrijven, waarin hij de geboorte van een kind aan het koninklijke hof voorspelt.

Aan het einde van het ‘Immanuëlboekje’ dat hij schrijft, is een baby het perspectief dat hij schetst. Het is een uiterst vruchtbare poging het regerende vorstenhuis opnieuw vertrouwen te schenken en een populatie van gelovigen uit een kramp te halen. De profetie was Jesaja op het lijf geschreven. Het is zijn stijlmiddel en het medium waarmee hij zich engageerde met de lokale politiek. Valt er wellicht nog meer te zeggen over de profetie, behalve dan haar te duiden als ‘genre’? Wat onderscheidt Jesaja als profeet van wijzen waarop figuren in andere culturen dan het Oude Nabije Oosten zich verhouden tot de toekomst?

We hebben tot dusver ingezoomd op Jesaja’s persoonlijk engagement en zijn betrokkenheid uitgelegd tegen de achtergrond van voor de tijd van de auteurs een historisch-politieke situatie. Als je de profetie breder trekt dan kun je zien dat de profetie een uiting is van een stadium waarin een cultuur zoekt naar een eerste vorm van systematische kennisverwerving. De profetie is een gok die deel uitmaakt van een fase van ontdekking, raden, uitproberen en ontwikkelen. Want dat een jonge vrouw, de koningin, een kind gaat baren, zoals Jesaja profeteerde, was groot nieuws in een periode waarin de instandhouding van het vorstendom en daarmee het landsbestuur onzeker is, maar waar baseerde Jesaja die uitspraak op? Hij stond niet als medicus en ook niet als vriend op vertrouwde voet met de koningin, en beschikte niet over moderne meetinstrumenten waarmee hij een zwangerschap had kunnen berekenen en aantonen. Waar kwam die profetie vandaan?

De voorspelling die Jesaja doet, is vergelijkbaar met het formuleren van een hypothese in de wetenschap. Een hypothese is een onbewezen stelling die kan helpen een onderzoeksvraag te beantwoorden. Het is vaak lastig een dergelijke stelling hard te maken, omdat ze vaak is algemene en theoretische termen is vervat. Wel kan een wetenschapper naar aanleiding van een hypothese specifieke gevolgen en verwachtingen opstellen van data die je kunt zien, nagaan en testen. De functie van een profetie was een geschiedenis te documenteren, actuele gebeurtenissen te peilen en op een heel specifieke manier, namelijk een religieuze, naar het verloop van gebeurtenissen te kijken. Een profeet is geen historicus die bouwstenen verzamelt en die op haar of zijn manier in elkaar zet. Een historicus selecteert componenten en rangschikt die op een eigen manier. Zij of hij neemt besluiten over haar of zijn gegevens, maar altijd achteraf. Jesaja echter doet een gooi naar de toekomst. Hij zet een stap vooruit. Hij beschikte niet over modellen waar hij gebruik van maakt. Voor het maken van een inschatting van de toekomst van zijn land kon hij zich niet verlaten op regels en standaarden.

Een tweede rol die Jesaja ook niet vervuld, is, zoals in de Griekse oudheid, een orakel dat als doorgeefluik van de goden een uitspraak doet over het lot van een volk. De voorspelling van Jesaja is een waagstuk dat niet op kennis is gebaseerd. Daar zit nou net de crux. Indien Jesaja een voorspelling zou doen op grond van wat hij kon aanwijzen, demonstreren en dus weten, dan werd daarmee geen geloof aangewakkerd. Wat Jesaja doet, is een hoop in het vooruitzicht stellen, waarmee hij de strijd tussen twee bevolkingsgroepen wil beslechten.

Zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament wordt een geboorte aangekondigd ten teken van een nieuwe tijd. De boreling werd wel gezien als een ‘getuige’ van Gods nabijheid, want waar het ook kraaide, kroop of liep, mensen raakten vertederd of werden overrompeld. Met een kind in de buurt kwam het leven tot bloei: rivalen legden hun wapens neer, samenwerkingsrelaties werden aangegaan, culturen gedeeld, de levenslust kreeg een impuls, mensen toonden ondernemingszin, omstanders van wieg, box, buggy of maxi-cosi gierden het soms uit van de lach. Zag een gelovige Israëliet een kind lopen, dan wist zij of hij: kijk, God is met ons.

In die entourage van bevalligheid zette Jesaja wolf en schaap – lees aanhangers van verschillende religies, mensen met een andere etniciteit of uit een verschillend huishouden – bij elkaar zonder dat ze elkaar opvraten. Kind en adder kunnen in die gezichtskring in elkaars aanwezigheid vertoeven, zonder dat de één in de ander een prooi ziet.

Ook de auteur van het evangelie op naam van Matteüs heeft in zijn tijd te maken met een vorm van repressie. Zowel ‘burger’ als tempelganger betaalden zulke hoge belastingen dat de gein van de religie en de vreugde deel uit te maken van een samenleving er al gauw af was. Matteüs heeft in een tijdgenoot, Jezus, een politieke figuur gezien die een religieuze oplossing voorstond voor politieke problemen. Hij zet Johannes de Doper zo neer dat de Doper een voorgevoel heeft gehad van de profetische inborst van Jezus, aangezien Johannes hem met schroom binnenhaalt. Die asymmetrie in intermenselijke verhoudingen waar ‘verlegenheid’ door achting voor een ander op duidt, wordt met de doop teniet gedaan. Dat Johannes Jezus doopt in plaats van andersom egaliseert de verhoudingen. In beide figuren kun je een vergelijkbare geest ontwaren, namelijk een die ontevreden is over de culturele en religieuze onderdrukking van minderheden. De doop zorgt ervoor dat beiden nu als kameraden, zeg collegae in een gezamenlijke religieuze geest tegen die praktijken van onderdrukking in opstand komen.

De volwassendoop heeft in vergelijking met een kinderdoop een avontuurlijke kant. Terwijl een gedoopt kind een naam krijgt en wordt opgenomen in een veilige gemeenschap, wordt de volwassene juist gescheiden van de beschermde wereld waarmee zij of hij vertrouwd is. De moederschoot wordt verlaten: het meisje is een vrouw geworden, de jongen een man. Wie in de geest wordt gedoopt, initieert een plan en zet een handtekening onder een akkoord, waarmee de dopeling breekt met een ‘oude natuur’ en, heel gewaagd, opnieuw leert dansen.

Voor de dopeling die in het waterbad van de geest stapt, vervagen duidelijke grenzen juist (weer) – zij of hij staat in een nevel van damp en ondoorzichtigheid. Er is de ingeving, een blik op wat komen gaat, maar geen zicht op uitkomsten of ‘eindresultaten’. In die ‘doortocht’ vindt een gelovige geen grip in de empirische werkelijkheid, er is enkel een sterke intuïtie, een innerlijke overtuiging dat je iets te doen staat. Een gelovige noemt die grond ‘God’ en het is deze plaats waar de relatie tussen een mens en ‘dat wat de mens overstijgt’, wordt gecultiveerd.

In dat gewest veranderen de biologische verhoudingen in religieuze relaties, omdat een mens hier tot kind, uitverkorene of geliefde van God wordt gedoopt. Of je als bevrijd, geëmancipeerd, herboren en nieuw geschapen weer uit die doop komt, geen idee. De dopeling verkeert in een staat waarin er niet de verwachting heerst dat de doop haar of hem rijkdom zal opleveren. Een volwassene die in geestvervoering raakt en de tocht naar God heeft aanvaard, mag wensen dat die reis “waarop zij of hij onbekende havens binnenvaart” lang duurt en zal zich in geen geval overhaasten. In de geest blijft een gelovige, als was zij of hij een lezer(es), liever urenlang in het midden van een boek hangen, dan vlot door te lezen of de laatste pagina alvast gelezen te hebben. De test van het geloof is dat je die spanning van het onpeilbare en het onvoorziene weet uit te houden.

Amen