Tag Archives: Herhaling

Zondag 14 februari 2021, Open Pastoraat Gorinchem

Preek naar aanleiding van Genesis 9:18-29 en Openbaring 20:12-21:1 uit de Naardense Bijbel voor de kerkdienst op zondag 14 februari 2021 om 10.00 uur in De Harmonie van het Open Pastoraat te Gorinchem

Gemeente,

Wanneer we een bijbelse tekst lezen, doen we er goed aan spreekwijzen en woordgebruik te decoderen. De bijbelschrijvers gebruiken vaak heel eigen formuleringen en termen die vaak niet samenvallen met ons begrip ervan. Zo is bijvoorbeeld het woord “zee” in de tekst uit Openbaring 21 geen geografische aanduiding voor de uitgestrektheid van zout water die het grootste deel van de oppervlakte van de aarde bedekt. De zee waarvan in Openbaring 21 wordt gesproken, is symbool voor wat onrustig, labiel is. De taal van veel bijbelschrijvers is beeldend. In het Midden-Oosten is men sterker dan in Europa geneigd de dingen poëtischer, metaforischer, verhalender en daarmee indirecter, onuitdrukkelijker te verwoorden. Die beelden moet je vertalen naar wat de auteurs ermee wilden zeggen.

De zee als symbool van het onrustige, labiele komen we ook tegen in de wereld van de tekst uit Genesis 9 vers 18-29, een fragment uit een verhaal waarin delen uit mythen en sagen is verwerkt, en dat voorzien is van een theologische motivatie. De periode van de zondvloed, dat wil zeggen ‘het water dat te gronde richt’, is voorbij. Noach kwam er als overlevende van een ramp, als rest, uit tevoorschijn. Meer nog dan een kosmische catastrofe, een natuurramp, wordt met de zondvloed een morele ramp bedoeld. Het is heel bijbels om eerst een sfeer van anti-schepping te creëren in de betekenis van vernietiging, dood en ondergang en dan de geboorte van een nieuwe mens te introduceren. Te midden van moreel verval was Noach een zogeheten rechtvaardige. Op basis van die status wijzigt hij, in de visie van de anonieme auteurs en redacteuren van Genesis, aangevuld door de inspiratie van de overleveringen van de gemeenschap waarbinnen het boek Genesis is ontstaan, ternauwernood het externe oordeel over het voortbestaan van diezelfde semi-nomadisch levende gemeenschap en redt het menselijk leven door een geografische verplaatsing. Noach tekent met zijn op intuïtie, verbeelding, tijdswaarneming en wilskracht gebaseerde handelingen ook een gelovig bestaan uit.

De voortgang van het menselijk leven op aarde, dat was volgens de samenstellers van Genesis kantje boord. Om te voorkomen dat het bestaan teniet wordt gedaan, begint Noach opnieuw. Hij is uitgangspunt van toekomst, de basis van zijn nieuwe wereld. Noach staat dus symbool voor het nieuwe begin dat een mens na een periode van zondvloed kan maken. Dat nieuwe begin of opnieuw beginnen is voor Noach tegelijkertijd een probleem. Een nieuw begin, opnieuw beginnen, kan dat eigenlijk wel? En zo ja, hoe dan? Noach is gewatermerkt, gevormd door zijn geschiedenis, heeft een apocalyptische ervaring opgedaan en is nu gedoopt tot eerstgeborene van een nieuwe mensheid. Mijn hemel, ga er maar aanstaan! Hoe gaat hij zichzelf opnieuw vormgeven, zichzelf anders uittekenen dan voorheen? Noach wordt boer. Hij vervult daarmee de rol van een mens die de grond bewerkt en, raakt bedwelmd van alcohol. Als ik commentaren op de tekst nasla dan valt daarin te lezen dat alcohol deel uitmaakte van Kanaänitische rituelen, waarbij ook vormen van seksualiteit hoorden. Echter, er is ook een ander commentaar op de dronkenschap van Noach mogelijk en wel door deze te benaderen vanuit de Deense film Druk uit 2020.

Het scenario van de film Druk, in het Nederlands Dronken, werd geschreven door Thomas Vinterberg, die de film eveneens regisseerde. De hoofdrollen in deze film worden gespeeld door vier personen, mannen op middelbare leeftijd die werkzaam zijn als docent in het voortgezet onderwijs, en die verzadigd zijn van het leven, of liever, door de dood in de vorm van gewenning, verveling, desinteresse en monotonie. In de film testen ze op een systematische manier de theorie van de Noorse psychiater Finn Skårderud, die claimt dat mensen vanaf de geboorte een tekort van 0,5 promille alcohol in hun bloed hebben. Een promille van 0,5 alcohol in het bloed zou mensen door gematigd controleverlies creatiever, ruimdenkender, meer interactief en professioneel succesvoller maken. In de film worden Winston Churchill, Franklin D. Roosevelt en Ernest Hemingway als voorbeelden genoemd van personen die onder invloed van alcohol succesvol waren: de eerste twee door een wereldoorlog te winnen en laatstgenoemde door literatuur te produceren. De vier docenten voeren groepsexperimenten uit door de sociale effecten te onderzoeken van gecontroleerde alcoholconsumptie. Terwijl alcohol in de negentiende eeuw in Denemarken een middel was voor mensen uit de arbeidersklasse om de slechte arbeidsomstandigheden te verdragen, vertegenwoordigen de acteurs in Druk de middenklasse in de eenentwintigste eeuw die er via alcoholconsumptie voor kiest zich te onthechten van de eigen routines met als doel zich weer levend te voelen. En wellicht speelt de protestantse achtergrond van Denemarken déze rol, dat in een cultuur waar alcohol een uitzondering vormt, deze tot excessieve consumptie kan leiden, terwijl in een land met een katholieke achtergrond, zoals Frankrijk, waar men veel bourgondischer met alcohol omgaat door alcohol meer te integreren in het dagelijks leven, minder reden is tot excessieve alcoholconsumptie.

In een interview geeft de scenarioschrijver en regisseur Thomas Vinterberg aan, dat de film niet primair over alcohol handelt. De film gaat vooral over levend zijn, gewekt worden of ontwaken, specifieker, over zelfpresentie en de revitalisering van het eigen leven na stagnatie. Die stagnatie kan optreden door het opbouwen van routines, gewoontevorming waarbij gewoonten na herhaling gedachteloos kunnen worden uitgevoerd, alsof je er zelf niet meer bij bent of in meedoet. De acten hebben dan de controle van de actor, de agent overgenomen en dit resulteert in geautomatiseerd gedrag. Een vraag die dan kan ontstaan is: wie ben ik of waar blijf ik in dat gedrag? Herhaaldelijk uitgevoerde gewoonten kunnen bovendien tot het ervaren van een egalisering van de werkelijkheid leiden. De werkelijkheid die niet gegeven is en waar je je niet tegenover bevindt, maar die je zelf mede vormgeeft, die telkens weer anders gepercipieerd kan worden en waarin je je bevindt, wordt onder de invloed van herhaling gestandaardiseerd, genormaliseerd.

De hoofdrolspelers in de film Druk stellen zich bloot aan risico’s en wakkeren het leven in hen daardoor aan. Ze zijn op zoek naar controleverlies, de bevrijding van een karakter, de rollen die zij in hun leven spelen nu zij zichzelf in hun werk hebben gerobotiseerd en zich in hun relaties door imitatie conventioneel hebben leren gedragen. Dagelijks ervaren zij de macht van de sleur als een vorm van doodsheid. In het geven van hun lessen waren ze te repetitief, voorspelbaar en veilig geworden, in hun gezinsleven te algemeen gangbaar, rolvast, geijkt. De morele verplichtingen die zij in die verbanden nakwamen waren in lijn met de maatschappelijke opvattingen over wat gepast is, betamelijk, maar het conformisme aan die sociale normen stelde hen niet in staat creatief te zijn. En dus wilden zij zichzelf verliezen, herwinnen, verdrinken en vernieuwen door zich te intoxiceren met een middel dat enerzijds vreugde brengt, het loskomen van patronen en anderzijds tegelijkertijd een gevaar vormt, de afhankelijkheid van een gif dat tot destructie kan leiden.

Noach zat al ruim een maand in zijn eigenhandig gebouwde ark in quarantaine en heeft het gevoel langzaam dood te gaan. Dagen hadden zich aaneen geregen, een grijze mist had Noach het zicht op zichzelf en de buitenwereld ontnomen. Het water had niet langer gegolfd, maar murmelde tegen zijn slapen. Het leste zijn dorst niet langer, maar deed hem verdrinken. Ook Noach was niet langer present in zijn eigen leven. In zijn ark, doos van eentonigheid, werd hij het object van verstrooiing, hij verzoop en vergat. Nu zet hij voet aan wal en staat voor de uitdaging zichzelf in een onbekend land opnieuw uit te vinden. Hij wordt landbouwer, wijnhandelaar, de eerste slijter van het Oude Testament. De aard van Noachs vernieuwing is echter tweeledig. Het leven dat ontspringt aan zijn nieuwe bron van bestaan, is ook datgene waarvan hij zo in vervoering raakt, dat het hem benevelt. Uit zijn beperkte leefomgeving en opnieuw in de wijde wereld confronteert Noachs nieuwe bestaanswijze hem ook met grenzen.

Het voorafgaande zou ons kunnen bepalen bij het belang van het ervaren van een verlies aan creativiteit, opgevat als het uitblijven van het bruisende, niet langer geprikkeld of uitgedaagd worden en geen vreugde meer beleven. Mensen kunnen als gevolg van herhaling een dermate grote afname van betekenis ondervinden, dat ze zich niet langer levend voelen. En u, bezigt u graf-gewoontes? Waardoor voelt u zich levend, wordt u tot leven gewekt? Door wie wordt u uitgenodigd te drinken uit bronnen van leven? Wat is er voor u voor nodig om creatief te worden of, onder welke omstandigheden bent u het meest creatief? Hoe wordt u verliefd, creëert u extase – ook in groepsverband –, wanneer voelt u zich euforisch, gewichtloos? Waardoor raakt u geïnspireerd? Waar krijgt u ideeën van? Als uw handelingen eerder dode werken zijn dan dat zij uzelf en anderen inspireren, waarom zou u ze dan blijven uitvoeren?

Een mens kan zich in het leven door veel invloeden laten bedwelmen, maar wellicht is uitgerekend de soberheid van de werkelijkheid het stimulerende middel waardoor je bij uitstek kunt voelen dat je echt leeft, doordat je die werkelijkheid in hypernuchtere toestand als ongewoon en waardevol kunt zien.

Amen