Zondag 29 mei 2022, Johanneskerk Leersum, zondag 3 juli 2022, boerderij De Hoef Leidsche Rijn, zondag 10 juli 2022, Waterstaatskerk Schagerbrug, zondag 17 juli 2022, De Brasserie Het Zonnehuis Zonnehuisgroep Vlaardingen, zondag 24 juli 2022, Houtrustkerk Den Haag, zondag 31 juli 2022, De Ark Berkel & zondag 7 augustus 2022, Protestantse Wijkgemeente Holy Vlaardingen

Preek naar aanleiding van Sefanja 3:12-20 en Romeinen 6:3-11 uit de Naardense Bijbel voor de kerkdienst op zondag 29 mei 2022 om 10.00 uur in de Johanneskerk te Leersum, op zondag 3 juli 2022 om 10.00 uur in boerderij De Hoef van de Protestantse Gemeente Leidsche Rijn, op zondag 10 juli 2022 om 10.00 uur in de Waterstaatskerk te Schagerbrug van de Protestantse Gemeente Zijpe, op zondag 17 juli 2022 om 10.15 uur in De Brasserie van Het Zonnehuis binnen de Zonnehuisgroep Vlaardingen, op zondag 24 juli 2022 om 10.30 uur in de Houtrustkerk te Den Haag, op zondag 31 juli 2022 om 10.00 uur in Gereformeerde Kerk De Ark te Berkel en op zondag 7 augustus 2022 om 10.00 uur in de Protestantse Wijkgemeente Holy te Vlaardingen

Gemeente,

In de Zweedse film De grote stilte die Ingmar Bergman in 1963 produceerde, staat de leegte in het leven van mensen centraal. Tijdens een reis die twee zussen maken, wordt een van hen ziek, waarna zij met een zoontje van een van de zussen in een hotel in een Noord-Europese stad verblijven. In dat grote logement voelen de zussen zich lusteloos. Ze raken gedesinteresseerd, verveeld, worden hangerig en ergeren zich aan elkaar.

Bergmans De grote stilte is het laatste deel van een trilogie over geloof. De zussen in Bergmans film hadden een doel voor ogen, een reisbestemming in gedachten. De vaart van hun leven zat er goed in. Als dat ‘levenstempo’ onvoorzien en ongewenst wordt vertraagd, is een vraag hoe elk van beide vrouwen met die onderbreking omgaat. Beide vrouwen ontwikkelen een vorm van alcoholisme en pikken willekeurig een man in een bar op. Het is de beleving van de tienjarige jongen die naar wegen zoekt om zich te vermaken, waardoor op de ‘holle tijd’ die de volwassen vrouwen ondervinden de nadruk komt te liggen.

Binnen de religie vallen er verschillende soorten stiltes te ontwaren. Tijdens het brengen van een offer is er sprake van een liturgische stilte. Eerbiedige stiltes worden in acht genomen bij het uitvoeren van rituelen. Mensen zijn massaal stil als er een bepaalde dag aanbreekt en voor het uitspreken van een religieus oordeel zijn hoorders stil. Aan het moment waarop Sefanja had besloten de stilte te doorbreken was een periode voorafgegaan waarin er geen profetische stem meer had geklonken. Jesaja en Micha waren de laatsten geweest die nog visionair optraden, visies uitsponnen waarin ze hoorders perspectieven voorhielden om hen uit te dagen iets te doen waarvan ze niet wisten dat ze ertoe in staat waren.

Nadat Jesaja en Micha zich niet langer in de openbaarheid vertoonden en stierven, was het stil geworden. Die stilte vormde een groot contrast met de alarmerende signalen die doorklonken in de kreten van de profeten. Er werden geen idealen meer geproclameerd, dromen niet gerealiseerd en mensen toonden niet veel ambitie. Na een periode van turbulentie in een samenleving kan een stilte heilzaam werken. Maar in de tijd van Sefanja kwam het leven er zelf door stil te liggen. Er heerste een rust en onbeweeglijkheid die onvrijheid verrieden in plaats van vrijheid die te herkennen is aan bedrijvigheid en drukte. Wat Sefanja met zijn visie doet, is antwoord geven op de monotonie, de eentonigheid van zijn tijd die problemen zoals een gebrek aan voedselvoorziening en oorlogsvoering met zich meebrachten. Zo zet hij ingrijpende religieuze hervormingen in gang. Sefanja probeert de motoren van het leven zelf weer aan de praat te krijgen door op te roepen handelingen te verrichten in een tegenovergestelde richting dan de wijze waarop mensen in zijn omgeving dat gewend waren. Het afleren en aanleren van een levensstijl, zo hoopte hij, zou resulteren in een continue stroom van voedselproductie, vrede en veiligheid.

Net als Sefanja is ook Paulus te karakteriseren als een profeet, omdat hij een beroep doet op de innerlijke verandering van zijn adressanten. En er is nog een overeenkomst te noemen tussen profeet en apostel. Zoals Sefanja oproept tot tegennatuurlijk handelen, beweert Paulus dat een religieus gelovige die gedoopt is in de geest niet langer onder de wet valt. Paulus staat voor de taak te laten zien dat de wet, die slavernij in de hand werkt, geen betrekking meer heeft op de geestelijke mens die in vrijheid leeft. In de sfeer waarin de gelovige zich beweegt, denkt, voelt en handelt zijn de geboden niet langer van toepassing. Daarmee diskwalificeert Paulus de mogelijkheid van overtredingen en de invloed van vormen van controle en handhaving die een mens ontmoedigen. De bindende regels van de wet en de ongebondenheid van de geest bedienen zich van een ander taalveld, belichamen een andere denkwereld. Maar Paulus, in tegenstelling tot Sefanja, legt ook met behulp van theoretische reflecties uit en haalt symboliek aan om door middel van beelden te beschrijven hoe de geestesdoop van de gelovige in het heden plaatsvindt.

Zowel Sefanja als Paulus waren figuren die zich geconfronteerd zagen met het probleem dat mensen niet in staat waren zichzelf te bevrijden van hun gewoontes, routines, rituelen en wetten. De impact van herhaling en gehoorzaamheid werkte als een verslaving waar mensen dermate door ‘gedrogeerd’ waren dat ze zich er geestelijk en lichamelijk niet van konden distantiëren. Voor de oplossing van dat probleem treedt Paulus op als een idealistisch schrijver.

Dat idealisme van Paulus kun je lezen als een reisbeschrijving van de dood naar het leven, waarin hij voluit in gesprek is met heidense en joodse tijdgenoten. Leven met God, dat wil zeggen je verenigen met wat je optilt, je uittilt boven wat je terneerdrukt, lam slaat, betekent tegelijkertijd sterven voor alle negatieve invloeden. Een totale en definitieve scheiding, een breuk zoals de dood dat is. Die breuk kun je ‘sterven met Christus’ noemen en maakt je los van datgene wat je van God scheidt. In de vorming van het nieuwe mens-zijn, waarin je wordt verenigd met ‘je betere zelf’, kan een lange stilte vallen. Iets in je wordt teniet gedaan. Dood, dat wil zeggen manieren van doen waaruit de bezieling is verdwenen, transformeert in doop.

De gelovige is dan niet langer belast met bijvoorbeeld overgeërfde handelswijzen, gekopieerde manieren van doen, maar leeft in eenheid met het levende en in openheid naar de toekomst. Dan kan het aan de oppervlakte van een mens’ voorkomen stil lijken, doodstil, terwijl er ‘ondergronds’ van alles woelt. De vrome zegt over dat proces: “God is in de mens aan het werk.” Er vindt een ‘strijd’ plaats, waarin de geest wil zegevieren over al die invloeden die een mens naar beneden halen en die, als de overwinning daar is, de mens in staat stelt wilsbekwaam en capabel op te treden. In die acten van vrijheid toont een mens dat zij of hij boven de wet staat.

Amen

Zondag 4 november 2018, Hervormde gemeente Maasdam

Preek naar aanleiding van Sefanja 3:14-20 en Filippenzen 4:4-9 uit de Groene Bijbel voor de viering op zondag 4 november 2018 om 10.00 uur in de Hervormde gemeente te Maasdam

Gemeente,

In een melancholische bui liet de Griekse filosoof Plato zich eens ontvallen dat menselijke aangelegenheden het nauwelijks waard zijn ernstig te worden genomen. Later verontschuldigt hij zich voor zijn onderwaardering voor de mensheid en legt uit dat hij zijn opinie ontwikkelde door mensen met goden te vergelijken. De goden richten zich op grote kwesties; zij houden zich niet bezig met trivialiteiten. Voor de bijbelse profeet echter is er geen thema dat zozeer zijn aandacht heeft als de benarde omstandigheden waarin een mens zich kan bevinden. Ook God zelf wordt beschreven als iemand die reflecteert op de hachelijke situatie van de mens, eerder dan eeuwige ideeën te beschouwen. Zijn geest is gepreoccupeerd met de mens, de concrete werkelijkheden van de geschiedenis van de mens, en niet zozeer met de tijdloze inzichten van het denken. In de ogen van de profeet is er weinig dat te futiel zou zijn om het er niet over te hebben.

Wanneer wij Sefanja drie vers veertien tot twintig lezen, dan lezen we poëtische peptalk van een coach, die een mens in een kritieke toestand bemoedigend toespreekt. Hij doet dat in een emotionele, beeldende taal. Hij is artistiek in zijn vorm, zijn dictie is precies, zijn ritme melodieus en zijn trant lyrisch. Verre van een contemplatieve staat van innerlijke harmonie is Sefanja’s stijl geladen met agitatie en opstandigheid. Hij is een figuur die niet aan onrecht voorbij gaat, niet akkoord gaat met wat voor hem ontoelaatbaar is. De zorg van de profeet geldt niet de natuur, maar de geschiedenis van Sion. Haar levensverhaal is uit balans. Sefanja had zich geïdentificeerd met haar persoon, is nauw bij haar verhaal betrokken. Zijn thema is haar bestaan en hij voorzegt haar een nieuwe toekomst. Het geheim van zijn overtuigende stijl is dat je voelt dat ook zijn leven en ‘ziel’ op het spel staan in wat hij zegt en beoogt. Zijn betrokkenheid is echt, de emoties die hij beschrijft komen uit z’n tenen.

Sefanja’s uitingen zijn soms cryptisch. Wat hij zegt is alarmerend, jachtig, dringend, alsof zijn woorden over de rand gutsen en hij geen tijd te verliezen heeft. Sefanja’s woorden zoeken ingang tot het hart en de geest van zijn lezer(es)s(en), in de hoop bij hen empathie te vinden, die moet aanzetten tot betrokkenheid. Grandeur, geen waardigheid, is voor hem van belang. Zijn taal is explosief en lumineus, ferm en vol compassie.

In het Oude Testament vertelt de profeet zelden een verhaal, maar licht gebeurtenissen uit het zadel. Hij zingt niet en bestraft vaak de verdrukker, de vijand. De profeet is met recht een prediker te noemen, omdat hij meer doet dan de werkelijkheid poëtisch te vertalen, hij communiceert. Zijn beelden hoeven niet te schitteren, vaak branden ze. Op die wijze is hij eropuit het verantwoordelijkheidsbesef van zijn lezer(es)s(en) te intensiveren. Hij kan geen geduld opbrengen voor excuses, staat smalend tegenover pretentie en zelfbeklag. Zijn tong streelt niet, maar ontlast en troost. Hij ontwerpt zijn woorden eerder om te shockeren of op te beuren, dan om te stichten.

Wie aanleg heeft voor charme, een zintuig voor het schone en ‘het lieftallige’ moet mogelijk even slikken bij de profeet. De profeet zou zich geen raad weten, ik noem maar een paar voorbeelden, op de Biënnale van Venetië, in Museum Boijmans Van Beuningen, zich nauwelijks een houding weten te geven in het Kurhaus. De profeet is gericht op de mens die het ontbreekt aan ruimte. De profetische onderwaardering voor onderscheidende kunst en grote architectuur contrasteert met de concepties van veel mensen met gevoel voor smaak. Aan stedenbouwkundigen, zij die een metropool bouwen, architecten en kunstenaars wordt vaak bijval betuigd, omdat wij diep in ons hart de neiging hebben het imposante, het grootse te bewonderen. Stuur een poëet naar de hoofdstad van een koninkrijk en zij of hij zal geëxalteerde verzen schrijven, liederen componeren die het beeldschone en monumentale bezingen. Reist een profeet naar dezelfde stad, dan zal hij bij terugkomst spreken over het moreel verval en de onderdrukking die hij heeft geregistreerd. De profeet heeft weinig op met het globale, het bij benadering, hij schuwt middenposities. Comfort en veiligheid zijn hem vreemd.

Voor een persoon die begiftigd is met profetisch inzicht verschijnt iedere ander als blind. Een profeet die Gods stem hoort, doet de ander voorkomen als doof. Het oor van de profeet, zo ook dat van Sefanja, is afgestemd op een roep die voor anderen onwaarneembaar is. Zijn gehoor neemt het stille zuchten waar. Als de levens van anderen op het spel staan, zegt de profeet niet: “Uw wil geschiedde!”, maar wel: “Uw wil zal worden gewijzigd!”

Sefanja en wij hebben geen gemeenschappelijke taal. Terwijl voor ons de staat van een samenleving in orde kan zijn, is die voor de profeet onaanvaardbaar. Hoeveel goede daden burgers ook in praktijk brengen, een tevreden bewustzijn is voor de profeet een teken van een vlucht voor verantwoordelijkheid. Want de mens die pijn lijdt, doet s ‘nachts geen oog dicht, en ook God, die de eeuwigheid bewoont, sluimert noch slaapt. Het woord van de profeet is als een schreeuw in de nacht.

Terwijl de wereld is ingedut en zich op z’n gemak voelt, is de profeet klaarwakker en heeft weet van het dynamiet van de hemel. Een mens kan lijden aan de terreur van een soort kosmische eenzaamheid, de profeet is weliswaar een enkeling, maar eenzaamheid is hem vreemd, doordat hij wordt overweldigd door de grandeur van een goddelijke presentie. De beschaving kan worden beëindigd en de menselijke soort verdwijnen. Deze wereld is echt, maar niet absoluut: de werkelijkheid van de wereld is voor de profeet voorwaardelijk ten opzichte van God. Terwijl anderen vol zijn van het hier en nu, heeft de profeet een visie ontwikkeld over een einde. De profeet is menselijk en zingt voor ons toch net een octaaf te hoog. Hij ervaart momenten die ons begrip trotseren. Hij is geen zingende heilige, geen moraliserende poëet, maar een aanklager van de geest. Zijn woorden beginnen vaak pas te spreken, wanneer ons bewustzijn is opgehouden te werken.

De profeet is een beeldenstormer die het ogenschijnlijk heilige en overweldigende uitdaagt. In de manier waarop hij Sion toespreekt, presenteert hij een visie op wereld en samenleving die er niet om liegt. Opvattingen die worden gekoesterd als zekerheden, zeg heilige huisjes, instituten, waaraan een superieur elan wordt verleend, de profeet laat ze zien als aanstootgevende pretenties.

Wanneer Paulus zich in Filippenzen vier vers vier tot negen tot Euodia en Syntyche richt, dan gebeurt er iets vergelijkbaars als bij Sefanja met de waardering voor welvaart, wijsheid en macht. Paulus gebruikt termen die wij ook tegenkomen in de stoïcijnse filosofie. Voor zowel Sefanja als Paulus valt religie niet samen met tempelgang, zeg kerkbezoek. Het bezoeken van een ‘heilige plaats’ wordt veroordeeld als mensen wennen aan onrecht.

Waar in de pagane wereld invloed, grootsheid en het overleven van een god afhing van de macht en grootheid van mensen, stad en cultuur, daar geldt voor het profetische en paulinische denken dat God voortbestaat waar compassie en liefde voor concrete medemensen het winnen van competitie en afkeer. Achter de instigaties van Sefanja en de aansporingen van Paulus schuilen sympathie, troost, belofte en de hoop op verzoening. Zij doen geen voorspellingen, maar waarschuwen met het oog op het openen van de toekomst, zodat wat gaande is, in het heden wordt verlicht.

De stap naar onze wereld is gauw gemaakt. God is vaak alleen in de wereld, onbekend of afgedankt. In veel landen is de wereld vol van geweld, onwaarheid en gruweldaden. Soms zien we dan een mens, dierbaar en verkieslijk, opstaan om de wereld te transformeren. Niet aan de andere kant van de wereld, geen verheven goden of onbereikbare figuren, maar hier in Maasdam: uw collega op de werkvloer, uw buurvrouw, je vriendin, klasgenoot of sportmaatje. In een gemeente die niet onverschillig is voor menselijk lijden, geen compromissen doet ten aanzien van wreedheid, vijandschap niet duldt en wier zorg uitgaat naar God en elke andere mens, daar zouden Sefanja en Paulus niet van zich hoeven laten horen. De kracht van de profetische stijl is dat het je als lezer(es) aanmoedigt, tot moed oproept, vertrouwen wekt, uithoudingsvermogen traint en je weerstandsvermogen versterkt, vooral op die momenten dat de wil om ergens voor te vechten het meest van belang is.

Amen